Meteen naar de inhoud

Woorden van de week

Week 51: nepobaby

Als je ouders beroemd zijn, gaan er vanzelf meer deuren voor je open. Dat is het idee van het nieuwe woord van de week van het Instituut voor de Nederlandse taal. De nepobaby is een samenstelling van de woorden nepotisme en baby. Een lekkere kruiwagen… Lees verder »Week 51: nepobaby

Week 50: appaire

De appaire is het nieuwe woord van de week. Een soort affaire (verhouding met een ander dan de eigen liefdespartner) die niet berust op fysiek contact maar op een intensieve uitwisseling van appberichten. Dit keer zag ik gelijk twee beelden voor me, dus ik heb… Lees verder »Week 50: appaire

Week 48: romo

Na de fomo (fear of missing out) komt de romo. De relief of missing out; gevoel van opluchting dat vooral jongeren hebben omdat ze bepaalde dingen van zichzelf niet hoeven te doen of mogen missen, zo schrijft het Instituut voor de Nederlandse Taal. Wellicht helpt dit beeld… Lees verder »Week 48: romo

Week 47: quetta

Quetta is de vermenigvuldigingsfactor van 10 tot de 30e macht (een 1 met 30 nullen dus). Vorige week is in Parijs deze nieuwe maatstaf vastgesteld tijdens de internationale conferentie voor gewichten en maten. Een beetje te laat; de laatste eenheid stamt uit 1991 (de yotta met… Lees verder »Week 47: quetta

Week 46: maxibieb

Maxibieb is het nieuwe woord van de week van het instituut. Het is – precies zoals je zou verwachten- een grote versie van een minibieb. Maar ja, waar laat je die dan in je wijk?

Week 45: flexflitser

Een makkelijk verplaatsbare flitspaal die tijdelijk kan worden ingezet langs gevaarlijke wegen waar vaak te hard gereden wordt. Als we deze ultiem flexibele barbapapaflitser gaan gebruiken, trappen mensen vanzelf wel op de rem!

Week 44: museumklever

Museumklevers plakken zichzelf vast aan (de glasplaat of lijst van) een schilderij om zo aandacht te vragen voor het klimaat. Vinden we kunst belangrijker dan leven? Straks vinden we dit kleverige beestje alleen nog maar terug in het museum… 

Week 42: snussen

De nicotine is voorlopig de wereld nog niet uit. Het uit Zweden afkomstige woord ‘snus’ is zuigtabak of nicotinepoeder. Je stopt het onder je bovenlip en krijgt zo een nicotine-high. Toen ik dit nieuwe woord van de week las, zag ik gelijk de spuwende western-held… Lees verder »Week 42: snussen